Maten: de FCI-rasstandaard
De FCI (Fédération Cynologique Internationale) legt voor elk erkend ras een standaard vast, met onder meer schofthoogte, soms gewicht en een beschrijving van gedrag en temperament. Wij nemen de maten letterlijk over. Noemt de standaard geen gewicht of geen hoogte, dan blijft dat veld leeg in plaats van dat we een getal verzinnen. Op elke raspagina staat een link naar de standaard.
Het formaat (klein, middelgroot, groot of zeer groot) leiden we af uit de schofthoogte van reuen: tot 35 cm klein, tot 55 cm middelgroot, daarboven groot, en vanaf 72 cm of 50 kg zeer groot. Bij een paar rassen, zoals de basset hound, wijken we af omdat de hoogte een verkeerd beeld geeft.
Levensverwachting: McMillan e.a. (2024)
De mediane leeftijd per ras komt uit Supplementary Table S3 van McMillan, Bielby, Williams, Upjohn, Casey en Christley (2024), Longevity of companion dog breeds: those at risk from early death, Scientific Reports 14, 531. De studie gebruikte gegevens van 584.734 honden in het Verenigd Koninkrijk en is vrij te gebruiken onder CC BY 4.0. Rassen die niet in de studie zaten, krijgen geen cijfer.
Scores: onze inschatting
Er bestaat geen officiële meetlat voor hoe energiek of trainbaar een ras is. Daarom geven we zelf een score, op basis van het werk waarvoor het ras gefokt is, de beschrijving van gedrag en temperament in de rasstandaard en algemeen bekende raskenmerken. Een score zegt iets over aanleg, niet over één individuele hond.
- Energie (1 tot 5): Hoeveel beweging en activiteit het ras dagelijks nodig heeft. Werkhonden zoals de border collie scoren hoog, gezelschapshonden laag.
- Op te voeden (1 tot 5): Hoe makkelijk het ras leert en meewerkt. Rassen die gefokt zijn om met de mens samen te werken scoren hoog, zelfstandige jagers en oertypen lager.
- Alleen thuis (1 tot 5): Hoe goed een hond van dit ras een paar uur alleen kan zijn, mits rustig opgebouwd. Mensgerichte rassen scoren lager.
- Met kinderen (1 tot 5): Hoe geschikt het ras doorgaans is voor een gezin met kinderen, gelet op karakter, geduld en formaat.
- Verharen (1 tot 3): Hoeveel haar de hond verliest: 1 is weinig (doorgroeiende of getrimde vacht), 3 is veel.
- Vachtverzorging (1 tot 3): Hoeveel werk de vacht is: 1 is af en toe borstelen, 3 is dagelijks borstelen of regelmatig knippen en trimmen.
- Blaffen (1 tot 3): Hoe graag het ras blaft of anderszins geluid maakt: 1 is stil, 3 is blaflustig.
"Geschikt als eerste hond" betekent dat het ras met een gewone opvoeding en zonder eerdere ervaring goed te doen is. Rassen met een sterk werk-, jacht- of waakinstinct markeren we als "liever met ervaring".
Zo rekent de rassenkiezer
Elk ras begint op 100 punten. Voor elk antwoord dat niet past, gaan er punten af: hoe groter het verschil, hoe meer. Wie bijvoorbeeld weinig beweging kan geven, ziet rassen met een hoge energie flink zakken. Een paar keuzes zijn harde filters: het formaat, "zo min mogelijk haar" en het weglaten van kortsnuitige rassen. De rassenkiezer rekent alles in je eigen browser uit; je antwoorden worden niet opgeslagen.