Hondenraskiezer

Hond adopteren: zo werkt het

Een hond adopteren kan via een dierenasiel, via herplaatsing van een hond waarvan de eigenaar niet meer voor hem kan zorgen, of via een stichting die honden uit het buitenland haalt. Een hond uit een ander EU-land moet minstens 15 weken oud zijn en komt gechipt, ingeënt tegen rabiës en met een paspoort en een gezondheidscertificaat naar Nederland.

Drie manieren om een hond te adopteren

  • Uit een dierenasiel. Asielen vangen gevonden en afgestane honden op en zoeken een nieuw thuis. De asielen van de Dierenbescherming zetten hun dieren op ikzoekbaas.dierenbescherming.nl.
  • Via herplaatsing. Soms kan een eigenaar niet meer voor zijn hond zorgen, bijvoorbeeld door ziekte, een verhuizing of overlijden. De hond gaat dan via een stichting of rechtstreeks naar een nieuw baasje, zonder eerst in een asiel te zitten.
  • Uit het buitenland. Stichtingen halen zwerf- en asielhonden uit andere landen naar Nederland. Daarvoor gelden extra regels, zie hieronder.

Zo gaat adopteren bij een asiel

Elk asiel heeft een eigen werkwijze. Bij het dierenopvangcentrum van de Dierenbescherming in Gouda gaat het bijvoorbeeld zo:

  1. Je laat per e-mail weten dat je interesse hebt in een hond. Een medewerker neemt contact met je op.
  2. Lijkt het een goede match, dan volgt een kennismaking. Tegen inlevering van je identiteitsbewijs maak je een wandeling met de hond.
  3. Daarna volgt een tweede afspraak, zodat het hele gezin kennis kan maken. Voor een hond zijn er altijd minstens twee bezoeken. Heb je al een hond, dan kun je bespreken of die mee kan komen.
  4. Bij de plaatsing teken je een plaatsingsovereenkomst, met 14 dagen medische garantie. Na vier tot zes weken neemt een vrijwilliger contact met je op.

Het asiel vraagt een adoptiebedrag. Hoe hoog dat is, verschilt per asiel en soms per dier.

Een hond uit het buitenland

Komt de hond uit een ander EU-land, dan moet hij volgens de NVWA:

  • minstens 15 weken oud zijn, omdat de rabiësvaccinatie pas vanaf 12 weken mag en na 21 dagen geldig is;
  • gechipt zijn voordat hij de grens over gaat;
  • een Europees dierenpaspoort hebben;
  • een gezondheidscertificaat hebben dat in het Europese systeem TRACES is aangemaakt.

De stichting heeft een UBN nodig, een registratienummer van RVO. Binnen twee weken na aankomst gaat de hond naar een dierenarts, die hem registreert op het UBN van de stichting, ook als hij direct naar jou gaat. Daarna meld je de adoptie zelf via een registratieportaal; daar heb je geen UBN voor nodig.

Waar de Dierenbescherming op wijst:

  • Het leven op straat heeft het karakter en gedrag van een zwerfhond sterk gevormd. Houd rekening met gedrag dat anders is dan bij een hond die in huis is opgegroeid.
  • Zwerfhonden kunnen besmet zijn met bijvoorbeeld longwormen, teken, rabiës of brucellose.
  • Paspoorten worden soms vervalst om te jonge of niet-ingeënte dieren te kunnen vervoeren.
  • Verdiep je in de stichting: zoek naar ervaringen van anderen, buiten de eigen website om.

Past een volwassen hond bij je?

Een asielhond is vaak al volwassen en heeft een geschiedenis. Dat heeft voordelen: je ziet al hoe groot hij is en hoe hij zich gedraagt. Vraag het asiel of de vorige eigenaar wat hij gewend is, hoe hij reageert op kinderen, andere honden en alleen zijn. Veel asielhonden zijn kruisingen; kijk bij een herkenbaar ras op de raspagina wat het ras van oorsprong deed, of gebruik de rassenkiezer om te zien welk type hond bij je past.

Na de adoptie

  • Zet de hond op je eigen naam via een registratieportaal, met het registratienummer of de safe-code die je krijgt.
  • Ga langs bij je eigen dierenarts voor een controle.
  • Kijk of je een verzekering wilt. Schade die je hond bij anderen aanricht valt onder je aansprakelijkheidsverzekering.
  • Geef de hond rust: de eerste weken in een nieuw huis zijn spannend.

Kies je toch voor een pup van een fokker? Lees dan waar je op let bij het kopen van een pup.

In het kort

  • Een hond adopteren kan via een dierenasiel, via herplaatsing of via een stichting die honden uit het buitenland haalt.
  • Een hond uit een ander EU-land is minstens 15 weken oud, gechipt, ingeënt tegen rabiës en heeft een paspoort en een TRACES-gezondheidscertificaat.
  • De dierenarts registreert een geïmporteerde hond binnen twee weken op het UBN van de stichting; de adoptant doet daarna een adoptiemelding.
  • Bij de Dierenbescherming in Gouda zijn er voor een hond altijd minstens twee kennismakingsbezoeken.
  • Zwerfhonden kunnen besmet zijn met onder meer longwormen, rabiës of brucellose.

Veelgestelde vragen

Hoe adopteer ik een hond uit het asiel?

Je laat het asiel weten welke hond je interesseert, en maakt daarna kennis met de hond, vaak met een wandeling. Bij de Dierenbescherming in Gouda volgt altijd een tweede bezoek met het hele gezin voordat de hond mee naar huis gaat. Je tekent een plaatsingsovereenkomst en betaalt een adoptiebedrag.

Wat kost een hond adopteren?

Het asiel vraagt een adoptiebedrag; hoe hoog dat is, verschilt per asiel en soms per dier. Reken daarnaast op de gewone kosten van een hond: voer, dierenarts, spullen en eventueel een verzekering.

Mag ik een hond uit het buitenland adopteren?

Ja. Een hond uit een ander EU-land moet minstens 15 weken oud zijn, gechipt zijn, ingeënt tegen rabiës en een Europees dierenpaspoort en een TRACES-gezondheidscertificaat hebben. De stichting heeft een UBN nodig en laat de hond binnen twee weken na aankomst door een dierenarts registreren.

Waar vind ik honden die een nieuw thuis zoeken?

Bij dierenasielen in je buurt. De asielen van de Dierenbescherming zetten hun dieren op ikzoekbaas.dierenbescherming.nl. Daarnaast zijn er stichtingen die honden herplaatsen van eigenaren die niet meer voor hun hond kunnen zorgen.

Waar let ik op bij een stichting voor buitenlandse honden?

Zoek naar ervaringen van anderen, buiten de website van de stichting om. Vraag naar het paspoort, de rabiësvaccinatie en het gezondheidscertificaat, en of de hond is getest op ziektes zoals longwormen en brucellose. Paspoorten worden soms vervalst.